Niet de producenten, maar de consumenten zullen voor energiebevoorradingszekerheid zorgen

Overal in Europa woeden dezer dagen verhitte discussies over dreigende stroomtekorten. Eén constante als het over bevoorradingszekerheid gaat: het gaat altijd over het aanbod, over hoe we meer stroom kunnen opwekken om aan de vraag te voorzien. De conservatieve energiesector zal het niet graag horen, maar die discussie is compleet passé. Om de mismatch tussen vraag en aanbod op te lossen, moeten we in tijden van slimme monitors en verkeersregelaars de focus radicaal durven verleggen van de procenten naar de consumenten. De oplossing ligt bij de negawatts, de megawatts die we niét verbruiken.

Hernieuwbare energie zit in de lift. Logisch, want ze is niet alleen van levensbelang voor de toekomst van de planeet, ze is ook nog eens spotgoedkoop. Zonnepanelen heb je na 7 of 8 jaar makkelijk terugverdiend, grote windmolens zelfs sneller. Eens de capital cost terugverdiend is, blijven alleen nog onderhoudskosten over. De grondstof zelf – of het nu zon of wind is – krijg je gratis en voor niets.

Eén probleem met die hernieuwbare energie: we kunnen ze niet af- en aanzetten zoals een kerncentrale of een gascentrale. De grote meerderheid van de dagen kunnen we perfect in ons energieverbruik voorzien met hernieuwbare energie, soms moeten we onze windmolens zelfs stopzetten omdat ze voor te véél energie zorgen en zelfs negatieve elektriciteitsprijzen creëren. Maar af en toe, op donkere en/of windstille dagen verbruiken we meer dan onze zonnepanelen en windmolens produceren en geraken we in de knoei.

De discussies over bevoorradingszekerheid die  de grote energieproducenten gretig aanwakkeren, draaien dezer dagen vooral rond het zogenaamde capacity remuneration mechanism. Heel eenvoudig uitgelegd: moeten we energiebronnen als gascentrales – die volledig uit de markt zijn geprijsd door de veel goedkopere hernieuwbare energiebronnen - subsidiëren, ook al hebben we ze maar een beperkt aantal dagen per jaar nodig? In het meest optimistische scenario zelfs helemaal niet. Subsidiëren we dus eenvoudigweg de mogelijkheid om misschien, eventueel, in geval van nood een handje te komen helpen?

Slimme verkeersregelaars in slimme huizen

Een interessante discussie, daar niet van, maar wel een verkeerde discussie. Ze gaat immers aan de meest voor de hand liggende oplossing voorbij. Ze focust zich uitsluitend op het energieaanbod, terwijl de sleutel in deze gedigitaliseerde tijden bij de energievraag ligt. Bij de consumenten, niet bij de producenten.

De industrie doet vandaag al haar duit in het zakje: installaties afschakelen als er te weinig stroom voorhanden is, tijdelijk overstappen op noodplannen,… Maar de echte winst ligt bij de gewone energieverbruiker. Studies tonen aan dat de lazy consumer 20 tot 40 procent van zijn verbruik kan verminderen, zonder zich daarvoor te moeten douchen met koud water of te verwarmen aan het kampvuur. Als je weet dat bijna 40 procent van het elektriciteitsverbruik op conto van de particuliere klanten komt, leert een snel rekensommetje dat de gezinnen 16 à 17 procent van het stroomverbruik kunnen regelen. Verminderen of opdrijven, afhankelijk van de energiebronnen die voorhanden zijn.

Laat me een eenvoudig voorbeeld geven van hoe een slimme verkeersregelaar in een smart home perfect het energieverbruik kan sturen. Stel (en in België hoef je voor dit scenario niet bijster veel fantasie aan de dag te leggen): de steeds accuratere voorspellingen geven aan dat er morgen een dag met weinig zon en wind zit aan te komen. Vandaag is dan weer een waaierige dag, waar de windmolens zoveel energie produceren dat ze stilgelegd moeten worden om een overload aan elektriciteit te vermijden. Een slimme koelkast krijgt dan het signaal om volle bak te koelen, nu de stroom overvloedig en spotgoedkoop beschikbaar is. Zo kan ze morgen gerust een dagje blijven afstaan.

Beloon de verbruiker voor zijn negawatts


Negawatts in plaats van megawatts: in plaats van bijkomende watts te moeten bij produceren, nemen consumenten watts weg. In tegenstelling tot het stroomaanbod kan de stroomvraag wél gecontroleerd worden. 500 watt meer geproduceerd dan ik verbruik? Klik, de zwembadpomp slaat aan. 1000 watt teveel? Hop, de elektrische auto wordt geladen.

Doodeenvoudig en dankzij nieuwe technologie met de dag realistischer. Alleen, terwijl de industriële klanten vergoed worden voor hun flexibel verbruik, blijven de gezinnen met lege handen achter. Een dikke proficiat voor hun idealisme en altruïsme, maar het gros van de energieconsumenten zal de mismatch tussen vraag en aanbod pas helpen oplossen als daar ook een lagere factuur tegenover staat. Planeet én portefeuille.

Hoewel de oplossing voor de hand ligt, vraagt het een serieuze mindshift om de macht te verschuiven van de producent naar de consument. In een oerconservatieve sector als die van de energie – waar elektriciteitscentrales au fond al 200 jaar hetzelfde doen – is de weerstand tegen verandering bijzonder groot. Maar de enige duurzame oplossing gaat bottom-up en vertrekt bij de consument. Tenzij we werkelijk gas- en elektriciteitscentrales willen subsidiëren om 95 procent van het jaar stof te vergaren?

 


 Heb je zelf interessante ideeën die je met ons wilt delen? Mail ons welke topics jou bezighouden: s.slabinck@smappee.com