Laadinfrastructuur uitrollen over meerdere bedrijfslocaties
Laadinfrastructuur uitrollen over meerdere bedrijfslocaties vraagt om meer dan overal dezelfde laadpalen plaatsen. Met een slimme multisite-aanpak houd je grip op netcapaciteit, kosten en infrastructuur over je hele portfolio.
Voor veel bedrijven is de elektrificatie van het wagenpark al volop bezig. De volgende uitdaging is de laadinfrastructuur die daarbij hoort, zeker wanneer je tien, dertig of zelfs tweehonderd sites moet voorzien.
Elke locatie is anders. De beschikbare netcapaciteit, het gebouw, de parkeerindeling en de laadbehoefte verschillen. Wat goed werkt voor het hoofdkantoor, is daarom niet automatisch de juiste oplossing voor een logistieke site of regionaal kantoor.
Dezelfde laadopstelling werkt niet overal
Op één locatie is de aanpak vrij duidelijk: je brengt de site in kaart, controleert de elektrische aansluiting, kiest de hardware en plant de installatie.
Bij meerdere locaties wordt het complexer.
De ene site heeft voldoende restcapaciteit. Een andere heeft een netverzwaring nodig. En een logistieke site waar tientallen voertuigen laden, stelt heel andere eisen dan een kantoor met zes parkeerplaatsen.
Ook wachttijden voor nieuwe netaansluitingen spelen mee. In delen van Europa kon een nieuwe aansluiting enkele jaren geleden in ongeveer zes maanden geregeld worden. Vandaag kan dat oplopen tot ongeveer twee jaar. Sinds 2021 is het aantal aanvragen voor nieuwe netaansluitingen in Europa bovendien met 133% gestegen.
En in Nederland?
Hier is netcongestie inmiddels een belangrijk aandachtspunt bij vrijwel iedere grotere uitbreiding van het elektriciteitsverbruik.
Volgens Netbeheer Nederland wachten duizenden bedrijven op extra capaciteit voor afname of teruglevering. Op de landelijke capaciteitskaart kun je per regio zien waar de ruimte op het net beperkt is.
Ook de regels rond de wachtrijen veranderen. Sinds 1 juli 2026 worden kleinverbruikers tot en met 3x80A niet langer standaard buiten de congestiewachtrij gehouden. Daardoor wordt het nog belangrijker om per locatie te kijken naar de beschikbare capaciteit en eventuele wachttijden.
Een volledige uitrol laten afhangen van toekomstige netverzwaringen kan voor flinke vertraging zorgen. Kijk daarom eerst hoeveel capaciteit er vandaag al beschikbaar is en hoe je die met slim laad- en energiemanagement beter kunt benutten.
Bron: Rabobank, From niche to norm: Europe’s EV charging infrastructure in 2025; Eurelectric, What are grid connections and how Europe can fix the queue; Netbeheer Nederland, Nieuwe netcapaciteitskaart, wachtrij-informatie en uitvoeringsdashboard; VNO-NCW West, Nieuwe regels bij netcongestie vanaf 1 juli 2026; Netbeheer Nederland, capaciteitskaart
Standaardiseer waar het kan
Dezelfde hardware, software en beheeromgeving gebruiken over verschillende locaties heen maakt aankoop en dagelijks beheer een stuk eenvoudiger.
De technische invulling hoeft daarom niet overal identiek te zijn.
Op de ene locatie passen twintig laadpunten probleemloos binnen de bestaande aansluiting. Op een andere kunnen vijf laadpunten al voor pieken zorgen wanneer ze tegelijk laden met andere grote verbruikers.
Met energiebeheer stem je het laden af op wat er op dat moment gebeurt:
- hoeveel energie het gebouw verbruikt
- hoeveel zonne-energie er beschikbaar is
- wat een batterij kan leveren of opslaan
- hoeveel vermogen er beschikbaar is vanuit het net
Zo hoeft je installatie niet ontworpen te worden voor het maximale vermogen van alle laadpunten samen.
Verschillende sites kunnen dus een andere configuratie hebben en toch vanuit dezelfde laad- en energiebeheeromgeving worden aangestuurd.
Ook regelgeving speelt mee. AFIR stelt voor publiek toegankelijke laadpunten onder meer eisen aan interoperabiliteit, betalen en prijstransparantie. De meeste laadpunten op bedrijfsterreinen en distributiecentra vallen niet onder de strengste regels voor publiek laden, maar bij investeringen voor de lange termijn blijft interoperabiliteit belangrijk.
In Nederland is het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat verantwoordelijk voor de uitvoering van AFIR.
Bron: European Commission, Alternative Fuels Infrastructure; Rijksoverheid, Ontwerpversie Nationaal beleidskader Alternative Fuel Infrastructure Regulation (AFIR)
Hoe pak je een multisite-uitrol aan?
Je hoeft niet op elke locatie tegelijk te starten. Een gefaseerde aanpak maakt het project een stuk overzichtelijker.
Breng elke locatie eerst in kaart
Controleer de netcapaciteit, het beschikbare vermogen, de parkeerindeling, de laadbehoefte en of het pand eigendom of huur is.
Test niet alleen de makkelijkste sites
Kies een paar representatieve locaties en neem ook een complexere locatie mee in de pilot.
Problemen met capaciteit, installatie of planning komen zo vroeg naar boven, voordat je op grotere schaal uitrolt.
Start waar je klaar bent
Locaties met voldoende capaciteit en een hoge laadbehoefte kunnen eerst aan de beurt komen.
Locaties die wachten op een netverzwaring, toestemming van de verhuurder of bijkomende vergunningen kunnen die trajecten ondertussen opstarten.
Beheer alles vanuit één omgeving
De installatie kan per locatie verschillen. Je monitoring en beheer kunnen wel centraal gebeuren.
Met één laad- en energiebeheeromgeving behouden fleet-, facility- en financeteams het overzicht over alle locaties.
Budgetteer per locatie, niet per laadpaal
Een locatie met voldoende restcapaciteit heeft misschien alleen laadpunten en installatiewerk nodig. Op een andere site zijn bijkomende elektrische werken of zelfs een netverzwaring nodig.
Een gemiddelde kostprijs per laadpaal vermenigvuldigen met het totale aantal laadpunten geeft daardoor snel een vertekend beeld.
Ook de timing van de investering verschilt. Een reeks eenvoudige installaties kan gevolgd worden door één dure netverzwaring. Wachttijden bij de netbeheerder kunnen geplande investeringen bovendien naar een volgend boekjaar verschuiven.
Een gefaseerd budget per site geeft een veel realistischer beeld van de totale investering.
Houd rekening met subsidies en fiscaliteit
Ook Nederlandse regelingen kunnen invloed hebben op de businesscase.
Voor volledig elektrische leaseauto's geldt in 2026 een bijtelling van 18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het bedrag daarboven. Voor auto's op fossiele brandstof geldt het standaardtarief van 22%.
Voor laadinfrastructuur is vooral SPRILA relevant. Deze regeling ondersteunt bedrijven bij investeringen in private laadinfrastructuur en kan ook betrekking hebben op batterijopslag. Voor 2026 is €122,5 miljoen beschikbaar en loopt de aanvraagperiode van 20 januari tot en met 18 december.
De eerdere SEBA-regeling voor emissievrije bedrijfsbestelauto's is sinds eind 2024 gesloten.
Bij een multisite-uitrol loont het daarom om per locatie én per investeringsmoment te bekijken welke regelingen van toepassing zijn.
Bronnen: FleetNews, EVs have more competitive TCO rate in a growing number of segments (Ayvens Car Cost Index 2025); Belastingdienst, Bijtelling privégebruik auto 2026; RVO, SEBA; RVO, SPRILA aanschaf
Eén overzicht over al je locaties
Zodra op meerdere locaties wordt geladen, wil je ook weten wat er over het volledige netwerk gebeurt.
Hoeveel energie verbruikt elke locatie? Welke laadpunten worden het meest gebruikt? Wat kost laden per locatie? Waar is nog capaciteit beschikbaar?
Als elke locatie apart wordt beheerd, wordt het moeilijk om die informatie naast elkaar te leggen.
Met gecentraliseerde laad- en energiedata kun je locaties vergelijken, kosten monitoren en problemen sneller signaleren. Je krijgt tegelijk één consistente dataset voor fleet- en duurzaamheidsrapportage.
Duurzaamheidsrapportage
De CSRD geldt rechtstreeks voor grotere ondernemingen, maar kleinere bedrijven kunnen eveneens vragen krijgen naar hun emissiedata van klanten, financiers of andere partners.
De regelgeving is momenteel nog in beweging. Door de Europese Omnibus I-wijzigingen wordt de reikwijdte van de CSRD beperkt tot bedrijven met meer dan 1.000 werknemers én meer dan €450 miljoen netto-omzet. Ook de timing van de rapportageverplichtingen is aangepast.
Voor je multisite-strategie verandert de kern daarvan niet: betrouwbare laad- en energiedata wordt steeds waardevoller, ook wanneer je bedrijf zelf niet rechtstreeks onder de CSRD valt.
Kom meer te weten over EV-laden en emissierapportering
Bron: EUR-Lex, Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) en de update van 2026; Eerste Kamer, Wet implementatie richtlijn duurzaamheidsrapportering (36.678); AKD, CSRD wijzigingen: Omnibus treedt in werking op 18 maart 2026
Een laadnetwerk dat kan meegroeien
Bij een multisite-uitrol hoeft niet elke locatie hetzelfde te zijn. Het belangrijkste is dat alle sites deel uitmaken van één aanpak.
Breng eerst de lokale situatie in kaart, rol gefaseerd uit en gebruik energiebeheer om de beschikbare capaciteit optimaal te benutten. Met centraal beheer hou je tegelijk zicht op laaddata, kosten en prestaties over je volledige portfolio.
Zo kan je laadinfrastructuur meegroeien met je wagenpark, zonder dat het beheer steeds complexer wordt.